ECLI:NL:RBMAA:2012:BW8400
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen matiging van contractueel boetebeding bij voortijdige beëindiging huurovereenkomst winkelruimte
In deze zaak staat centraal of het contractueel bedongen boetebeding tussen Bergstein Mode B.V. en Stasvast B.V. gematigd kan worden. De huurovereenkomst betrof een winkelruimte en het boetebeding was opgenomen voor het geval van voortijdige beëindiging. De kantonrechter benadrukt het uitgangspunt van pacta sunt servanda en stelt vast dat de overeenkomst tussen twee professionele en gelijkwaardige partijen is gesloten.
De rechter overweegt dat het boetebeding helder is geformuleerd, ook van toepassing is op verhuur van een gedeelte van het pand, en dat Stasvast zelf de tijdslimiet van het boetebeding tot 1 januari 2011 heeft bepaald. Er is een causaal verband tussen de boete en de ontslagvergoeding die Bergstein moest betalen vanwege de voortijdige beëindiging van de huurovereenkomst.
De kantonrechter wijst de matigingsgrond af omdat de boete niet buitensporig is en de omvang ervan in verhouding staat tot de werkelijke schade. De boete heeft zowel een schadefixerende als een aansporingsfunctie. Ook het feit dat Stasvast intern over het hoofd zag dat zij nog niet mocht verhuren leidt niet tot matiging. De wettelijke rente en buitengerechtelijke kosten worden toegewezen, evenals de proceskosten.
De uitspraak bevestigt dat in zakelijke contracten tussen professionele partijen de rechter terughoudend is met matiging van boetebedingen, zeker als deze duidelijk en expliciet zijn overeengekomen en niet leiden tot een onaanvaardbaar resultaat.
Uitkomst: Stasvast wordt veroordeeld tot betaling van de volledige boete en bijkomende kosten zonder matiging.