ECLI:NL:RBMAA:2012:BW9291
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging schorsing gezag moeder en voorlopige voogdij Bureau Jeugdzorg met behoud ondertoezichtstelling
Op 1 juni 2012 heeft Bureau Jeugdzorg namens de Raad voor de Kinderbescherming verzocht om zonder voorafgaand verhoor de moeder te schorsen in haar gezag over de minderjarige en Bureau Jeugdzorg te belasten met de voorlopige voogdij. De rechtbank heeft op 15 juni 2012 tijdens een zitting de belangen van alle betrokken partijen gehoord.
De Raad stelde dat de schorsing van de moeder niet voortgezet hoefde te worden, maar dat de ondertoezichtstelling van de minderjarige wel moest blijven bestaan. Zowel Bureau Jeugdzorg als de moeder waren het eens over de noodzaak van voortzetting van de ondertoezichtstelling. De rechtbank oordeelde dat de schorsing van de moeder en de voorlopige voogdij van Bureau Jeugdzorg konden worden beëindigd.
De rechtbank gaf een uitgebreide motivering waarom de ondertoezichtstelling niet automatisch eindigt door de tijdelijke voorlopige voogdij aan Bureau Jeugdzorg. Dit om te voorkomen dat er een leemte ontstaat in de hulp en het toezicht op het kind. De ondertoezichtstelling blijft daarom van kracht tot en met 1 september 2012, met instemming van alle belanghebbenden.
De beschikking werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het hoger beroep werd alleen toegestaan via advocaat bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch.
Uitkomst: De schorsing van de moeder en de voorlopige voogdij van Bureau Jeugdzorg worden beëindigd, terwijl de ondertoezichtstelling van de minderjarige blijft voortduren.