ECLI:NL:RBMAA:2012:BY0931
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige machtiging voor gedwongen opname wegens stoornis geestvermogens zonder behandelperspectief
De rechtbank Maastricht behandelde het verzoek tot voorlopige machtiging voor betrokkene, die een ernstige cognitieve stoornis heeft veroorzaakt door langdurig alcohol- en drugsgebruik. Ondanks dat betrokkene thans nauwelijks nog middelen gebruikt, blijft het gevaar van maatschappelijke teloorgang en zelfverwaarlozing aanwezig.
Tijdens de zitting werden betrokkene, zijn advocaat, een psychiater, een verpleegkundige, zijn broer en mantelzorger gehoord. De instelling stelde dat betrokkene 24-uurs zorg nodig heeft die de mantelzorg niet kan bieden. De rechtbank constateerde dat betrokkene zich verzet tegen opname en dat gevaar niet anderszins kan worden afgewend.
De advocaat voerde aan dat het verzoek moest worden afgewezen omdat het verblijf niet op behandeling is gericht. De rechtbank verwierp dit, stellende dat de Wet Bopz geen behandelvereiste stelt voor gedwongen opname, zolang het gevaar voor betrokkene of de samenleving blijft bestaan. De machtiging wordt daarom voor maximaal drie maanden verleend met het oog op spoedige overplaatsing naar passende zorg.
De rechtbank wees het verzoek toe en beperkte de duur van de voorlopige machtiging tot drie maanden, conform de wettelijke bepalingen. Tegen deze beschikking staat beroep in cassatie open bij de Hoge Raad.
Uitkomst: De rechtbank verleent een voorlopige machtiging voor gedwongen opname van betrokkene voor maximaal drie maanden.