ECLI:NL:RBMAA:2012:BY1923
Rechtbank Maastricht
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Bevestiging schorsing rijbewijs na alcoholgerelateerd verkeersongeval
Eiser is betrokken geweest bij een verkeersongeval op 27 december 2011 waarbij zijn auto tegen een geparkeerd voertuig botste. De politie trof eiser ter plaatse aan en hij verklaarde aanvankelijk zelf bestuurder te zijn geweest. Een ademtest en bloedonderzoek toonden een alcoholpromillage van 2,32 aan, ruim boven de wettelijke limiet.
Eiser betoogde later dat hij niet zelf had gereden, maar dat zijn auto was opengebroken en een inbreker het ongeval had veroorzaakt. Hij vermoedde tevens dat er drogerende middelen in zijn drank waren gedaan. De rechtbank overwoog echter dat de eerste verklaringen tegenover de politie en de situatie ter plaatse het meest betrouwbaar zijn. Latere verklaringen en verklaringen van derden konden dit niet voldoende onderbouwen.
Op grond van de Wegenverkeerswet 1994 en de Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid 2011 is het CBR bevoegd een onderzoek naar geschiktheid op te leggen en het rijbewijs te schorsen bij een vastgesteld alcoholpromillage boven de norm. De rechtbank oordeelde dat het CBR terecht het onderzoek en de schorsing heeft opgelegd en verklaarde het beroep ongegrond. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de schorsing van zijn rijbewijs wordt ongegrond verklaard.