ECLI:NL:RBMAA:2012:BY8108
Rechtbank Maastricht
- Wraking
- R.A.J. van Leeuwen
- P. Hoekstra
- J.H. Klifman
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechter in civiele bodemprocedure na kort geding
Verzoeker heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechter die eerder in een kort geding tussen dezelfde partijen een vonnis heeft gewezen en nu uitspraak zou doen in de bodemprocedure. Verzoeker stelt dat dit aanleiding geeft tot een schijn van partijdigheid, mede omdat de rechter mogelijk vooruitloopt op de bodemuitspraak en mogelijk onwillekeurig anders oordeelt door kennis van hoger beroep.
De rechter heeft het wrakingsverzoek afgewezen en de wrakingskamer heeft dit standpunt bevestigd. De kamer oordeelt dat het enkele feit dat dezelfde rechter in een kort geding en bodemprocedure uitspraak doet, niet leidt tot een objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid. Ook het feit dat het kort gedingvonnis mogelijk niet in lijn is met jurisprudentie, is onvoldoende voor wraking.
De wrakingskamer benadrukt dat de rechter in staat wordt geacht iedere zaak op zijn eigen merites te beoordelen en dat de rechter niet op de hoogte was van het hoger beroep tegen het kort gedingvonnis, waardoor de derde grondslag voor wraking ongegrond is.
Daarom wijst de wrakingskamer het verzoek tot wraking af en bevestigt dat de rechter onpartijdig is in de bodemprocedure.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter wordt afgewezen wegens het ontbreken van een objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid.