ECLI:NL:RBMID:2002:AD9930
Rechtbank Middelburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid werkgever voor schade door blootstelling aan organische oplosmiddelen
Werknemer, sinds 1975 in dienst bij werkgever als procesoperator, stelt schade te hebben geleden door blootstelling aan organische oplosmiddelen tijdens zijn werkzaamheden. Hij lijdt aan geheugenstoornissen en concentratieverlies, mogelijk veroorzaakt door chronische toxische encephalopathie (CTE). Werkgever betwist aansprakelijkheid en stelt dat veiligheidsmaatregelen adequaat waren en blootstelling beperkt.
De rechtbank stelt vast dat werknemer tot begin jaren tachtig is blootgesteld aan overschrijdingen van de MAC-waarden voor oplosmiddelen en dat werkgever onvoldoende heeft aangetoond dat zij haar zorgplicht heeft nageleefd. Medische deskundigen verschillen van mening over de diagnose CTE, maar erkennen geheugenstoornissen als letsel in de zin van het Burgerlijk Wetboek.
De rechtbank wijst het beroep van werkgever op eigen schuld van werknemer en fouten van andere werknemers af. Er is een causaal verband tussen blootstelling en letsel, tenzij werkgever het tegendeel bewijst, wat niet is gelukt. De rechtbank veroordeelt werkgever tot vergoeding van materiële en immateriële schade, inclusief een voorschot op smartengeld, reis- en verblijfkosten en buitengerechtelijke kosten, met wettelijke rente en proceskosten.
Uitkomst: Werkgever wordt veroordeeld tot vergoeding van schade door blootstelling aan oplosmiddelen, inclusief voorschot op smartengeld en bijkomende kosten.