ECLI:NL:RBMID:2002:AE2480
Rechtbank Middelburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G.J.A. van Unnik
- Rechtspraak.nl
Voorwaarde terugkeer kapitein na disciplinaire straf alcoholgebruik niet toelaatbaar zonder concreet onderzoek
Eiser, kapitein bij de Provinciale Stoombootdiensten, werd op 10 maart 2001 aangehouden met een ademalcoholgehalte van 490 microgram per liter, wat leidde tot een disciplinaire straf door verweerder, het College van Gedeputeerde Staten van Zeeland, die hem benoemde tot stuurman wegens plichtsverzuim. Verweerder stelde als voorwaarde voor terugkeer in de functie van kapitein dat het Zeeuws Consultatiebureau voor Alcohol en Drugs (ZCAD) een positief advies zou geven.
De rechtbank oordeelt dat het gedrag van eiser, hoewel buiten werktijd, een rechtstreeks verband had met zijn dienst en derhalve als plichtsverzuim kan worden aangemerkt. De disciplinaire straf was passend gezien de ernst en de voorbeeldfunctie van eiser. Echter, de voorwaarde dat terugkeer afhankelijk is van een positief ZCAD-advies is te vergaand zonder dat verweerder eerst concrete feiten en omstandigheden heeft vastgesteld.
De rechtbank benadrukt dat geruchten en vermoedens niet voldoende zijn om een dergelijke bezwarende voorwaarde te stellen en dat verweerder minder ingrijpende maatregelen kan nemen, zoals een arbeidsgezondheidskundig onderzoek. Het besluit is daarom in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel en wordt vernietigd. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan eiser.
Uitkomst: Het besluit dat terugkeer in de functie van kapitein afhankelijk stelt van een positief ZCAD-advies wordt vernietigd wegens strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel.