ECLI:NL:CRVB:2003:AF7861
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- A. Beuker-Tilstra
- K.J. Kraan
- Rechtspraak.nl
Bevestiging disciplinaire straf wegens plichtsverzuim alcoholgebruik kapitein veerdienst
Appellant, kapitein bij de Provinciale Stoombootdiensten, werd op 10 maart 2001 aangehouden met een ademalcoholgehalte van 490 microgram per liter, terwijl de toegestane grens 350 microgram is. Hierdoor kon hij zijn dienst niet aanvaarden. Gedeputeerde Staten van Zeeland kwalificeerden dit als ernstig plichtsverzuim en legden hem een disciplinaire straf op: overplaatsing naar de functie van stuurman met behoud van bezoldiging.
De rechtbank Middelburg verklaarde het beroep van appellant gegrond omdat de opgelegde verplichting tot contact met het Zeeuws consultatiebureau voor alcohol en drugs (ZCAD) niet zonder nader onderzoek mocht worden opgelegd. Gedeputeerde Staten namen daarop een nadere beslissing waarbij terugplaatsing afhankelijk werd gesteld van een gunstig advies van de bedrijfsarts.
In hoger beroep betoogde appellant dat hij zich niet bewust was van zijn alcoholgebruik en dat de straf onevenredig was. De Raad oordeelde dat appellant zich schuldig had gemaakt aan ernstig plichtsverzuim, dat hem ook toerekenbaar was, en dat de straf passend was gezien zijn verantwoordelijkheden als kapitein op de druk bevaren Westerschelde. De Raad bevestigde het besluit en verklaarde het beroep tegen het nadere besluit niet-ontvankelijk omdat appellant geen procesbelang meer had vanwege opheffing van de veerdiensten.
De Raad gelastte vergoeding van het door appellant betaalde griffierecht. De beslissing werd in het openbaar uitgesproken op 10 april 2003.
Uitkomst: De disciplinaire straf van overplaatsing voor onbepaalde tijd wegens ernstig plichtsverzuim wordt bevestigd en het beroep tegen het nadere besluit wordt niet-ontvankelijk verklaard.