ECLI:NL:RBMID:2003:AH9238
Rechtbank Middelburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vordering tot bewijslevering omtrent gebreken woning en schadevergoeding
Eisers stelden dat de woning gebreken vertoonde aan balkenlagen, vloeren, houtwerk, leidingen en aanbouw, waardoor deze niet geschikt was voor normaal gebruik. Gedaagden betwistten de aanwezigheid van deze gebreken en de omvang van de schade. De rechtbank oordeelde dat eisers onvoldoende bewijs hadden geleverd en stond hen toe nader bewijs te leveren, onder meer door getuigenverhoor.
De rechtbank overwoog dat de garantie van gedaagden dat de woning geschikt was voor normaal gebruik voorrang had op exoneratieclausules. De aanwezigheid van houtrot en houtworm was niet per definitie ongeschiktheid voor normaal gebruik. Eisers konden niet aannemelijk maken dat de welputten achter het huis niet verwacht hoefden te worden, waardoor die vordering werd afgewezen.
Verder werd geoordeeld dat eisers niet hoefden te verwachten dat leidingen versleten of gevaarlijk waren, maar ook hier moest bewijs geleverd worden. De vordering tot vergoeding van sloopkosten van de aanbouw werd afgewezen omdat eisers dit deel toch al wilden slopen.
De rechtbank gaf eisers de gelegenheid om bewijs te leveren over de gebreken, de staat van leidingen en de omvang van de schade, onder meer via getuigen. De zaak werd verwezen naar een rolzitting voor nadere bewijslevering en verdere beslissing werd aangehouden.
Uitkomst: De rechtbank staat bewijslevering toe en wijst vorderingen omtrent welputten en sloopkosten af.