ECLI:NL:RBMID:2004:AP0951
Rechtbank Middelburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.L.R. Melens
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid vordering ongerechtvaardigde verrijking na ruilverkaveling Walcheren
Eisers zijn eigenaar van een perceel grond in Walcheren dat in het kader van een ruilverkaveling is toegedeeld aan gedaagde als agrarische grond, terwijl het perceel een hogere waarde bleek te hebben. Eisers vorderen het verschil in waarde van gedaagde op grond van ongerechtvaardigde verrijking. Gedaagde voert aan dat de Landinrichtingswet (Liw) een lex specialis is die een exclusieve regeling biedt voor waardeverrekening bij ruilverkaveling.
De rechtbank onderzoekt of de vordering op grond van ongerechtvaardigde verrijking kan worden ingesteld naast de Liw. Uit jurisprudentie en parlementaire geschiedenis blijkt dat ongerechtvaardigde verrijking geen subsidiariteitskarakter heeft, maar bijkomende omstandigheden zoals een wettelijke regeling kunnen verhinderen dat een vordering kan worden ingesteld. De Liw regelt de waardeverrekening via een lijst der geldelijke regelingen en de herverkavelingskas, waarbij geen verbintenis tussen oude en nieuwe eigenaren ontstaat.
De rechtbank oordeelt dat de Liw de strekking heeft om ongerechtvaardigde vermogensverschuivingen als gevolg van het plan van toedeling uitsluitend op de daarin aangegeven wijze ongedaan te maken. Toepassing van ongerechtvaardigde verrijking zou leiden tot dubbele betalingsverplichtingen en rechtsbescherming van gedaagde ontnemen. Daarom worden eisers niet-ontvankelijk verklaard in hun vordering.
In reconventie vordert gedaagde vergoeding van kosten voor een bankgarantie die eisers als voorwaarde stelden voor opheffing van beslag. Nu het beslag onrechtmatig was, krijgt gedaagde vergoeding van deze kosten. Eisers worden veroordeeld in proceskosten zowel in conventie als in reconventie. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Eisers worden niet-ontvankelijk verklaard in hun vordering wegens ongerechtvaardigde verrijking en veroordeeld in proceskosten; gedaagde krijgt vergoeding bankgarantiekosten.