ECLI:NL:RBMID:2004:AS7329
Rechtbank Middelburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering naamswijziging kinderen wegens motiveringsgebrek
Eisers verzochten om wijziging van de achternaam van hun twee kinderen vanwege verstoorde familieverhoudingen. Verweerder wees dit verzoek af op grond van het Besluit van 6 oktober 1997, omdat geen van de daarin genoemde situaties voor naamswijziging zich voordeed. Eisers stelden dat het besluit in strijd was met het gelijkheidsbeginsel, het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) en het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (IVBPR), en dat er sprake was van discriminatie tussen erkende en niet-erkende kinderen.
De rechtbank oordeelde dat er geen sprake was van inmenging in het privéleven en familie- en gezinsleven zoals bedoeld in artikel 8 EVRM Pro, noch van discriminatie op grond van artikel 14 EVRM Pro en artikel 26 IVBPR Pro, omdat de kinderen erkend waren. Wel werd vastgesteld dat het bestreden besluit ondeugdelijk was gemotiveerd omdat niet was ingegaan op de gestelde discriminatie. De rechtbank vernietigde daarom het besluit wegens strijd met artikel 7:12 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb), maar bepaalde dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven omdat het inhoudelijk rechtmatig is.
De rechtbank wees het beroep voor het overige af en bepaalde dat de Staat het betaalde griffierecht aan eisers vergoedt.
Uitkomst: Het besluit tot weigering van naamswijziging wordt vernietigd wegens motiveringsgebrek, maar de rechtsgevolgen van het besluit blijven in stand.