ECLI:NL:RVS:2005:AT9700
Raad van State
- Hoger beroep
- P. van Dijk
- P.A. Offers
- M.A.A. Mondt-Schouten
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot wijziging geslachtsnaam minderjarige dochters door Minister van Justitie bevestigd
Appellanten verzochten de Minister van Justitie om de geslachtsnaam van hun minderjarige dochters te wijzigen van de naam van de moeder naar die van de vader. De Minister wees dit verzoek af, waarop appellanten bezwaar maakten dat eveneens werd afgewezen. De rechtbank Middelburg verklaarde het beroep deels gegrond en vernietigde het besluit voor zover het niet inging op bepaalde mensenrechtenargumenten, maar handhaafde de inhoudelijke afwijzing.
Appellanten stelden dat de afwijzing in strijd was met artikel 8 EVRM Pro (recht op privé- en gezinsleven) en artikel 10 Grondwet Pro, en verwezen naar jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. De Raad van State oordeelde dat het verzoek betrekking heeft op het privé- en gezinsleven, maar dat afwijzing van naamswijziging niet per definitie een inmenging in deze rechten inhoudt. De wet biedt ouders een keuze bij erkenning, en stabiliteit in het namenrecht is een zwaarwegend publiek belang.
De Raad van State concludeerde dat de Minister geen positieve verplichting had om het verzoek toe te wijzen en dat de afwijzing niet in strijd is met artikel 8 EVRM Pro of artikel 10 Grondwet Pro. Ook het betoog dat erkende minderjarigen worden achtergesteld ten opzichte van niet-erkende minderjarigen faalde, omdat de situatie niet vergelijkbaar is. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van de Minister tot afwijzing van het verzoek tot geslachtsnaamswijziging wordt bevestigd.