ECLI:NL:RBMID:2005:AT3170
Rechtbank Middelburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit verlaging IOAW-uitkering wegens onjuiste wetsinterpretatie
Eisers ontvingen een kortdurende werkloosheidsuitkering voorafgaand aan hun IOAW-uitkering. Verweerder stelde de IOAW-uitkering vast op basis van artikel 9, vijfde lid, IOAW, verwijzend naar artikel 47 WW Pro, dat ziet op de loongerelateerde uitkering. De rechtbank constateert dat deze verwijzing niet juist is, omdat de kortdurende werkloosheidsuitkering wordt geregeld in artikel 52i, derde lid, WW. Hierdoor kon artikel 9, vijfde lid, IOAW niet worden toegepast voor de vaststelling van de uitkering.
Eisers voerden aan dat hun gezamenlijke inkomen onder het sociaal minimum kwam door de verkeerde toepassing van de wet. De rechtbank oordeelde dat het bestreden besluit niet in stand kan blijven en verklaarde het beroep gegrond voor zover het de verlaging van de IOAW-uitkering betreft.
Daarnaast werd een waarschuwing opgelegd wegens het niet vooraf melden van een verblijf in het buitenland. De rechtbank vond de waarschuwing terecht en verklaarde dat deel van het beroep ongegrond.
De rechtbank veroordeelde verweerder tot vergoeding van proceskosten en het griffierecht. Het besluit tot verlaging van de IOAW-uitkering werd vernietigd en verweerder werd opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak.
Uitkomst: Het besluit tot verlaging van de IOAW-uitkering is vernietigd en verweerder is opgedragen een nieuw besluit te nemen.