ECLI:NL:RBMID:2005:AT4866
Rechtbank Middelburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging ongeschiktheidsontslag wegens ontbreken belangenafweging en onjuiste toepassing herplaatsingsregels
Eiser, werkzaam bij de politie Zeeland, werd ontslagen wegens ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte. Na een periode van arbeidsongeschiktheid en reïntegratie in een ATP-functie verloor eiser zijn executieve status. Verweerder besloot tot volledig ontslag, waarbij eiser stelde dat geen belangenafweging had plaatsgevonden en dat het ontslag onterecht was omdat artikel 94 Barp Pro geen onderscheid maakt tussen executieve en ATP-functies bij herplaatsing.
De rechtbank oordeelde dat eiser ongeschikt was voor zijn oorspronkelijke functie en executieve taken, maar verwierp de betwisting van eiser wegens strijd met de goede procesorde. De rechtbank stelde vast dat verweerder bevoegd was tot ontslag, maar dat het besluit niet deugdelijk was gemotiveerd omdat geen belangenafweging was gemaakt en onterecht werd gesteld dat herplaatsing via wijzigingsbesluit niet mogelijk was.
De rechtbank concludeerde dat het bestreden besluit in strijd was met de artikelen 3:2 en 7:12 van de Algemene wet bestuursrecht en vernietigde het ontslagbesluit. Verweerder werd opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak en werd veroordeeld in de proceskosten van eiser.
Uitkomst: Het ongeschiktheidsontslag is vernietigd wegens het ontbreken van een belangenafweging en onjuiste toepassing van herplaatsingsregels.