ECLI:NL:CRVB:2006:AY9677
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- A. Beuker-Tilstra
- A.A.M. Mollee
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag en behoud tijdelijke ouderenregeling na ziekte en herplaatsing politie
Betrokkene, werkzaam bij de politieregio Zeeland, was vanaf 1997 wegens ziekte gedeeltelijk arbeidsongeschikt. Na een herplaatsingsonderzoek werd betrokkene ontslagen per 1 juni 2004 wegens ongeschiktheid en herplaatst in een functie voor 20 uur per week. De rechtbank vernietigde het besluit over het ontslag en herplaatsing, waarna appellant een nieuw besluit nam met ontslag voor 18 uur per week en herplaatsing voor 20 uur.
Betrokkene verzocht om gebruik te maken van de tijdelijke ouderenregeling (TOR) voorafgaand aan zijn functioneel leeftijdsontslag (FLO), maar dit werd door appellant afgewezen. De rechtbank oordeelde dat betrokkene aan de voorwaarden voor TOR voldeed en vernietigde het besluit van appellant. In hoger beroep bevestigde de Raad deze uitspraken.
De Raad stelde dat ontslag wegens ziekte alleen mogelijk is indien herplaatsing binnen de regio niet mogelijk is. Aangezien betrokkene geschikt werd bevonden voor een persoonsgebonden functie, kon slechts ontslag voor het meerdere aantal uren plaatsvinden. Verder oordeelde de Raad dat het verlies van executieve status door herplaatsing geen invloed heeft op de aanspraak op FLO en TOR. Appellant werd veroordeeld in de proceskosten van betrokkene.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het ontslag en het behoud van de tijdelijke ouderenregeling voor betrokkene.