ECLI:NL:RBMID:2006:AY7314
Rechtbank Middelburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verdeling van aansprakelijkheid na aanvaring tussen de schepen Tor Anglia en Majestic op de Westerschelde
Op 12 februari 1998 vond een aanvaring plaats tussen het Zweedse roll on roll off schip Tor Anglia en het Nederlandse koel/vriesschip Majestic op de Westerschelde bij Vlissingen. Beide schepen hadden een loods aan boord en voeren bij beperkt zicht en sterke stroming. De Tor Anglia voer stroom tegen met 14 knopen, de Majestic stroom mee met 20,5 knopen.
Beide partijen erkenden medeschuld, maar verschilden van mening over de verdeling. De rechtbank stelde vast dat beide schepen fouten maakten, zoals te hoge snelheid bij beperkt zicht, onvoldoende uitkijk, geen geluidsseinen en onvoldoende stuurboord houden. De Raad voor de Scheepvaart had eerder vastgesteld dat beide kapiteins en loodsen schuld hadden.
De rechtbank oordeelde dat de Majestic niet verplicht was voorrang te verlenen aan de Tor Anglia als bovenmaats schip omdat de schepen zich niet in het zicht bevonden bij het begin van de manoeuvres. Ook was het niet relevant of de Tor Anglia tijdig haar status als bovenmaats schip kenbaar maakte, aangezien de Majestic dit had kunnen vernemen via de verkeerscentrale.
De rechtbank verwierp dat het vaarwater een engte of bocht was die voorrang zou afdwingen en concludeerde dat de Tor Anglia niet extra onverantwoordelijk had gevaren. Wel had de Tor Anglia op het laatste moment onvoldoende noodmaatregelen getroffen, maar dit woog minder zwaar dan de fouten van beide schepen.
Uiteindelijk bepaalde de rechtbank de schuldverdeling op 55% voor de Tor Anglia en 45% voor de Majestic. De verdere schadevaststelling werd aangehouden en partijen kregen de mogelijkheid tot tussentijds hoger beroep.
Uitkomst: De schuld aan de aanvaring wordt verdeeld met 55% voor Tor Anglia en 45% voor Majestic.