ECLI:NL:RBMID:2006:AZ1052
Rechtbank Middelburg
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Afwijzing pensioenverrekening na echtscheiding op grond van rechtszekerheid en Boon/Van Loon-arrest
Partijen zijn in 1966 gehuwd in algehele gemeenschap van goederen. In december 1980 sloten zij een echtscheidingsconvenant waarin zij de scheiding en deling van hun huwelijksgoederengemeenschap regelden. De echtscheiding werd in maart 1981 uitgesproken en in augustus 1981 ingeschreven. In februari 1982 werd een notariële akte van boedelscheiding gepasseerd ter uitvoering van het convenant.
Eiseres vorderde pensioenverrekening over de pensioenen die gedaagde tot de datum van inschrijving van het echtscheidingsvonnis had opgebouwd. Gedaagde verweerde zich met het argument dat pensioenrechten volgens de toen geldende leer niet tot de gemeenschap behoorden en dat de verdeling vóór het arrest Boon/Van Loon van 27 november 1981 was gesloten.
De rechtbank oordeelde dat partijen reeds vóór het Boon/Van Loon-arrest volledige overeenstemming hadden bereikt over de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap, inclusief alle goederen en schulden. De latere akte van boedelscheiding was slechts de uitvoering daarvan. Gelet op het belang van rechtszekerheid kon de vordering tot pensioenverrekening niet meer worden ingesteld.
Daarnaast is de Wet Verevening Pensioenrechten bij Scheiding niet van toepassing op scheidingen van vóór 1 mei 1995, noch voldeden partijen aan de uitzonderingsbepaling van artikel 12 WVPS Pro. De rechtbank wees de vordering af en bepaalde dat iedere partij haar eigen proceskosten draagt.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot pensioenverrekening af en bepaalt dat iedere partij haar eigen proceskosten draagt.