ECLI:NL:RBMID:2006:AZ2057
Rechtbank Middelburg
- Eerste aanleg - meervoudig
- T. Damsteegt
- C. van Boven-Hartogh
- J.F.I. Sinack
- Rechtspraak.nl
Ontheffingen Flora- en faunawet voor populatiebeheer damherten en reeën deels vernietigd
De Stichting de Faunabescherming heeft beroep ingesteld tegen besluiten van het college van Gedeputeerde Staten van Zeeland die ontheffingen verlenen voor het beheer van damherten en reeën op grond van artikel 68 van Pro de Flora- en faunawet. De ontheffingen betroffen het verontrusten, doden en vangen van deze beschermde diersoorten binnen en buiten aangewezen leefgebieden.
De rechtbank oordeelt dat de ontheffing voor het leefgebied Manteling van Walcheren een deugdelijke grondslag heeft, mede gebaseerd op onderzoeksrapporten van Alterra en een vastgesteld faunabeheerplan. Voor de ontheffing in het leefgebied Kop van Schouwen en buiten de aangewezen leefgebieden is de belangenafweging echter ontoereikend en de motivering onvoldoende. Er is onvoldoende bewijs dat de populatieomvang leidt tot significante schade aan landbouw of verkeersveiligheid.
De rechtbank vernietigt daarom de besluiten voor het leefgebied Kop van Schouwen en voor de ontheffingen buiten de leefgebieden, en draagt op tot hernieuwde besluitvorming. Tevens wordt de primaire ontheffing voor het leefgebied Manteling van Walcheren in stand gelaten en de overige beroepen ongegrond verklaard. De provincie wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De ontheffingen voor het leefgebied Manteling van Walcheren blijven gehandhaafd, de overige ontheffingen worden vernietigd wegens onvoldoende motivering.