ECLI:NL:RBMID:2006:AZ8694
Rechtbank Middelburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing mosselzaadvisvergunning wegens onvoldoende motivering
Eiseres stelde beroep in tegen de afwijzing van haar verzoek om een mosselzaadvisvergunning voor een vaartuig, omdat er al een vergunning was verleend aan een ander vaartuig van hetzelfde bedrijf. De minister handhaafde de afwijzing met een nadere motivering. Eiseres voerde aan dat het quotum in de mosselzaadvisserij maakt dat extra vergunningen geen extra belasting veroorzaken en dat het beleid uit 1992 niet relevant is. Tevens stelde zij dat zij recht heeft op een vergunning vanwege historische rechten en dat zij ongelijk wordt behandeld.
De rechtbank oordeelde dat het bestreden besluit niet voldeed aan de motiveringsplicht van artikel 7:12 Awb Pro en vernietigde het besluit. Tegelijkertijd vond de rechtbank dat het beleid van fixatie van vergunningen niet kennelijk onredelijk is en dat verweerder in redelijkheid bij zijn besluit kon blijven. De rechtbank stelde vast dat eiseres niet eerder een vergunning had gekregen en dat de opsplitsing van het bedrijf haar geen recht op een vergunning gaf.
Het beroep op het vertrouwensbeginsel en het gelijkheidsbeginsel faalde. De rechtbank bepaalde dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven. Daarnaast werd verweerder veroordeeld in de proceskosten en werd het griffierecht aan eiseres vergoed.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de mosselzaadvisvergunning wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.