ECLI:NL:RVS:2007:BA9811
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek
- P.A. Offers
- C.J.M. Schuyt
- P.M.M. de Leeuw-van Zanten
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering mosselzaadvisvergunning op grond van beleidsregels Visserijwet 1963
Appellante verzocht om een mosselzaadvisvergunning, welke door de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit werd geweigerd op grond van een beleidsregel die vergunningverlening beperkt tot een vaste groep rechthebbenden die tussen 1987 en 1991 ten minste tweemaal een vergunning hebben verkregen.
De rechtbank Middelburg vernietigde het besluit van de minister, maar handhaafde de rechtsgevolgen. Appellante stelde in hoger beroep dat het beleid onredelijk was geworden door ontwikkelingen in de mosselzaadvisserij en dat natuurbelangen reeds via de Natuurbeschermingswet werden beschermd.
De Raad van State oordeelde dat het beleid niet onredelijk is en dat het doel van het beleid, namelijk het voorkomen van toename van vaarbewegingen en bescherming van mosselbestanden en natuur, nog steeds relevant is. Ook werd geoordeeld dat het feit dat appellante een huurovereenkomst voor kweekpercelen heeft, niet betekent dat de minister verplicht was een vergunning te verlenen.
Het beroep van appellante op het gelijkheidsbeginsel werd niet nader onderbouwd en faalde eveneens. De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de mosselzaadvisvergunning wordt bevestigd.