ECLI:NL:RBMID:2007:BB0274
Rechtbank Middelburg
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.J.G. Lameijer
- I.J.M. Woltring
- M.A.V. van Aardenne
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor seksueel misbruik van minderjarige nichtjes met werkstraf
De rechtbank Middelburg heeft verdachte veroordeeld voor seksueel misbruik van zijn minderjarige nichtjes, gepleegd in de periode van 1996 tot 2001. De feiten betroffen onder meer ontuchtige handelingen en seksueel binnendringen van het lichaam van een slachtoffer dat jonger was dan twaalf jaar. Verdachte was zelf minderjarig ten tijde van de meeste feiten, waardoor het jeugdstrafrecht van toepassing was.
De rechtbank oordeelde dat er geen sprake was van een afhankelijkheidsrelatie zoals bedoeld in de beleidsregels voor opsporing en vervolging inzake seksueel misbruik, zodat de aangiften niet op geluidsband hoefden te worden opgenomen. De verdediging voerde niet-ontvankelijkheid aan, maar dit werd verworpen omdat geen opzet was gebleken om de rechten van verdachte te schenden.
De bewezenverklaring betrof drie feiten van seksueel misbruik, waarbij de verdachte misbruik maakte van zijn positie als oudere neef en het leeftijdsverschil tussen hem en de slachtoffers. De rechtbank hield rekening met de ernst van de feiten, de psychische gevolgen voor de slachtoffers en de persoonlijke omstandigheden van verdachte. De opgelegde straf is een werkstraf van 150 uur met een vervangende jeugddetentie van 75 dagen.
De vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij werd niet ontvankelijk verklaard, omdat deze niet geschikt was voor behandeling in het strafproces en slechts bij de burgerlijke rechter kon worden ingediend. Het bevel tot voorlopige hechtenis werd opgeheven met onmiddellijke ingang.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een werkstraf van 150 uur, subsidiair 75 dagen jeugddetentie, en de vordering tot schadevergoeding is niet ontvankelijk verklaard.