ECLI:NL:RBMID:2007:BB6598
Rechtbank Middelburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Klacht gegrond verklaard tegen voortzetting dwangmedicatie in psychiatrisch ziekenhuis
Verzoeker, gedwongen opgenomen in het psychiatrisch ziekenhuis Emergis op grond van een machtiging tot voortgezet verblijf, diende een klacht in tegen de toediening van dwangmedicatie. De dwangbehandeling was gestart na een agressie-incident in februari 2005 en werd voortgezet met medicatie vanwege het vermeende gevaar voor verzoeker en anderen.
De rechtbank onderzocht of de voortzetting van de dwangbehandeling volstrekt noodzakelijk was om gevaar af te wenden. Geconstateerd werd dat sinds het incident geen nieuwe agressie meer had plaatsgevonden en dat het gevaar onvoldoende was onderbouwd. De rechtbank nam het voorstel van de behandelaar mee dat na een proefperiode van een half jaar de medicatie zou worden gestopt indien geen verbetering werd gezien.
De rechtbank oordeelde dat verzoeker niet-ontvankelijk was wat betreft de initiële beslissing tot dwangmedicatie, maar dat de voortzetting van de dwangbehandeling niet langer noodzakelijk was. De klacht werd gegrond verklaard voor de voortzetting, het besluit tot dwangmedicatie werd vernietigd met ingang van 20 september 2007, en het verzoek om behandeling zonder dwangmedicatie werd afgewezen omdat verzoeker gedwongen opgenomen blijft en behandeling op grond van de Wet BOPZ moet worden voortgezet.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt het besluit tot dwangmedicatie met ingang van 20 september 2007 wegens het ontbreken van volstrekte noodzaak voor voortzetting.