ECLI:NL:RBMID:2007:BB8561
Rechtbank Middelburg
- Voorlopige voorziening
- M.C. de Regt
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot verstrekking gegevens over buitenlandse bankrekeningen voor belastingheffing
Eiser, de Staat der Nederlanden, vordert in kort geding dat gedaagde wordt verplicht om op formulieren te verklaren of hij na 31 december 1994 buitenlandse bankrekeningen heeft aangehouden en om opgave te doen van deze rekeningen met bijbehorende bescheiden over de periode 1995-2005.
Eiser baseert zijn vordering op artikel 47 AWR Pro, waarbij hij stelt dat gedaagde verplicht is deze gegevens te verstrekken omdat er een gerechtvaardigde aanleiding is en de gegevens van belang zijn voor de belastingheffing. Gedaagde betwist het bezit van buitenlandse rekeningen en voert aan dat het verzoek onvoldoende gespecificeerd is, dat hij geen wettelijke bewaarplicht heeft en dat eiser misbruik van recht maakt door via civielrechtelijke weg informatie te vorderen.
De voorzieningenrechter oordeelt dat eiser niet door een publiekrechtelijke regeling wordt belemmerd om via de civiele rechter nakoming van artikel 47 AWR Pro af te dwingen. Het verzoek is voldoende gespecificeerd en niet onzorgvuldig. Gedaagde is verplicht de formulieren in te vullen en de gevraagde bescheiden te verstrekken, ook als hij geen rekeningen heeft, dan wel de bescheiden moet opvragen bij de bank.
De rechter legt een termijn van zeven dagen voor de verklaring en dertig dagen voor het verstrekken van de bescheiden, met een maximale dwangsom van €100.000,-. Gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten. Het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot het verstrekken van gegevens over buitenlandse bankrekeningen en betaling van proceskosten.