ECLI:NL:RBARN:2011:BV2707
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Navorderingsaanslagen en boetes in Project Bank Zonder Naam bevestigd met matiging boetes wegens termijnoverschrijding
De rechtbank Arnhem behandelde beroepen tegen navorderingsaanslagen inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen (IB/PVV) 1995 en vermogensbelasting (VB) 1996 opgelegd in het kader van het Project Bank Zonder Naam. Eiser betwistte de rechtmatigheid van de aanslagen, de identificatie van de rekeninghouder, de rechtmatigheid van het bewijs en de hoogte van de boetes.
De rechtbank oordeelde dat verweerder alle relevante stukken heeft overgelegd en dat de verlengde navorderingstermijn van 12 jaar conform artikel 16, vierde lid, AWR niet in strijd is met het gemeenschapsrecht. De identificatie van de rekeninghouder, de echtgenote van eiser, via het BVR-systeem is betrouwbaar. Het bewijs uit België is rechtmatig verkregen en de informatie-uitwisseling valt binnen de Bijstandsrichtlijn.
Eiser heeft niet voldaan aan zijn informatieverplichtingen, waardoor de bewijslast is omgekeerd en de navorderingsaanslagen berusten op een redelijke schatting van het inkomen en vermogen. De opgelegde boetes zijn passend, maar worden gematigd met 20% wegens overschrijding van de redelijke termijn. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Navorderingsaanslagen bevestigd, boetes gematigd wegens overschrijding redelijke termijn, proceskosten toegewezen.