ECLI:NL:RBMID:2007:BB9301
Rechtbank Middelburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verrekening van pensioenrechten na echtscheiding op basis van Boon/Van Loon-arrest
Partijen zijn ex-echtelieden die vóór de inwerkingtreding van de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding (Wvp) zijn gescheiden, maar na het Boon/Van Loon-arrest. De vrouw vordert een maandelijkse betaling van de man, waarbij de pensioenrechten van beiden worden verrekend. De man betwist dat hij meer moet betalen dan reeds gedaan.
De rechtbank stelt vast dat de pensioenrechten in de huwelijksgoederengemeenschap vallen en dat de Wvp niet van toepassing is op deze scheiding. Er is geen sprake van pensioenverevening, maar van verrekening volgens het Boon/Van Loon-arrest. De contante waarden van de pensioenen per 1 september 2002 worden vastgesteld en verdeeld, waarbij de vrouw recht heeft op de helft van het ouderdomspensioen en het volledige nabestaandenpensioen van de man.
De rechtbank veroordeelt de man tot betaling van een bruto maandbedrag van €18,77 uit het Bedrijfspensioenfonds en een bedrag uit het Zwitser Leven-pensioen, met jaarlijkse indexering. Een deskundigenonderzoek wordt niet noodzakelijk geacht. De proceskosten worden gecompenseerd en de reconventionele vordering van de man wordt niet behandeld wegens niet-vervulling van de voorwaarde.
Uitkomst: De man wordt veroordeeld tot betaling van pensioenbedragen aan de vrouw met jaarlijkse indexering vanaf 1 november 2005.