ECLI:NL:RBMID:2007:BJ4487

Rechtbank Middelburg

Datum uitspraak
1 augustus 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
53517 / HA ZA 2006-345
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 337 lid 2 Rv
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tussentijds hoger beroep tegen gedeeltelijk tussenvonnis

Eiser heeft bij brief van 20 juli 2007 de rechtbank verzocht om verlof voor het instellen van tussentijds hoger beroep tegen het tussenvonnis van 2 mei 2007. Dit tussenvonnis wees een deel van de vordering van eiser af en verwees de rest van de zaak naar de rol voor verdere behandeling.

De rechtbank overwoog dat het tussenvonnis deels een eindvonnis betrof waartegen hoger beroep openstaat, en deels een tussenvonnis waartegen zonder verlof geen hoger beroep mogelijk is. Omdat voor het overige deel van de zaak nog geen overwegingen of beslissingen waren gegeven, zag de rechtbank geen belang bij het verzoek van eiser.

ZLM wees op de te verwachten vertraging van de procedure bij tussentijds hoger beroep. De rechtbank gaf aan dat het belang van ZLM bij voortgang van de procedure moet prevaleren boven het verzoek van eiser.

Daarom wees de rechtbank het verzoek om verlof tot tussentijds hoger beroep af. Het vonnis werd op 1 augustus 2007 door rechter J. de Graaf gewezen en in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: Het verzoek om verlof tot tussentijds hoger beroep wordt afgewezen wegens gebrek aan belang en ter voorkoming van vertraging.

Uitspraak

vonnis
RECHTBANK MIDDELBURG
53517 / HA ZA 06-3451 augustus 2007
Sector civiel recht
zaaknummer / rolnummer: 53517 / HA ZA 06-345
Vonnis van 1 augustus 2007
in de zaak van
[eiser],
wonende te [adres],
eiser,
procureur mr. M.R. Minekus,
tegen
de onderlinge waarborgmaatschappij
ONDERLINGE VERZEKERINGMIJ ZLM U.A.,
gevestigd te Goes,
gedaagde,
procureur mr. J.C. van den Dries.
De procedure
Bij brief van 20 juli 2007 heeft [eiser] de rechtbank verzocht verlof te verlenen voor het instellen van (tussentijds) hoger beroep tegen het tussenvonnis van 2 mei 2007. ZLM heeft bij brief van 26 juli 2007 gereageerd.
De beoordeling
In het tussenvonnis van 2 mei 2007 heeft de rechtbank een deel van de vordering van [eiser], te weten schadepost g, afgewezen en de zaak voor het overige verwezen naar de rol voor het nemen van een akte door beide partijen. Het betreft hier derhalve een gedeeltelijk eindvonnis (waartegen hoger beroep openstaat) en een gedeeltelijk tussenvonnis (waartegen, zonder verlof als bedoeld in artikel 337 lid 2 Rv Pro, geen hoger beroep openstaat). Nu de rechtbank in het vonnis van 2 mei 2007 aan het “overige” deel van de zaak nog geen overwegingen en - behoudens de rolverwijzing - beslissingen heeft gewijd, valt niet in te zien welk belang [eiser] heeft bij zijn verzoek. Hij heeft dit ook niet toegelicht. Daar staat tegenover ZLM heeft gewezen op de te verwachten vertraging van de procedure indien tussentijds hoger beroep wordt ingesteld. Het belang van ZLM bij voortgang in de procedure dient naar het oordeel van de rechtbank dan ook te prevaleren.
Het verzoek zal daarom worden afgewezen.
De beslissing
De rechtbank:
- wijst het verzoek af.
Dit vonnis is gewezen door mr. J. de Graaf en in het openbaar uitgesproken op 1 augustus 2007.