ECLI:NL:RBMID:2008:BF0165
Rechtbank Middelburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens onrechtmatig handelen bij verkoop goederen in faillissementsloods
Eiser vorderde een bedrag van €47.040,- plus rente en kosten van gedaagde, omdat hij stelde dat gedaagde onrechtmatig handelde door goederen die aan hem toebehoorden, welke in een door zijn zoon gehuurde loods lagen, te verkopen en niet terug te geven.
Gedaagde had de huurovereenkomst met de zoon van eiser beëindigd na het faillissement van laatstgenoemde en oefende een retentierecht uit op de goederen. De verkoop van de goederen vond plaats in overleg met en met instemming van de curator. Gedaagde betwistte dat de goederen van eiser waren en wees op het verbod van onderhuur en het feit dat eiser niet in het handelsregister stond ingeschreven.
De rechtbank oordeelde dat gedaagde niet onrechtmatig had gehandeld omdat hij mocht vertrouwen op de instemming van de curator en het feit dat de goederen tot de faillissementsboedel behoorden. Eiser had zich niet tot de curator gewend en kon geen bewijs leveren van eigendom. De vordering werd afgewezen en eiser werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering af en veroordeelt eiser in de proceskosten.