ECLI:NL:RBMID:2008:BF0396
Rechtbank Middelburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging sluiting coffeeshop wegens overtreding AHOJG-criteria en intrekking vergunning
Eiser exploiteerde de coffeeshop Roxy te Middelburg met gedoogstatus onder de AHOJG-criteria, waaronder het G-criterium dat maximaal 5 gram softdrugs per koper per dag mag worden verkocht. Verweerder legde eiser een definitieve sluiting op na een vierde overtreding van het G-criterium op 1 september 2007, waarbij aan drie personen in totaal circa 15 gram softdrugs werd verkocht.
Eiser voerde aan dat de overtreding niet vaststond en verweerder onvoldoende onderzoek had gedaan, mede vanwege gewijzigde verklaringen van de betrokken kopers die stelden dat een deel van de softdrugs elders was gekocht. De rechtbank oordeelde echter dat deze latere verklaringen niet geloofwaardig waren, mede omdat zij waren beïnvloed door een persoon uit de kring van eiser.
De rechtbank stelde vast dat verweerder conform het Damoclesbeleid en het handhavingsarrangement had gehandeld, waarbij na een derde overtreding een sluiting van zes maanden was opgelegd en bij een vierde overtreding een definitieve sluiting kon volgen. Ook de intrekking van het alcoholvrije verlof en de exploitatievergunning werd gehandhaafd.
De rechtbank concludeerde dat het besluit tot bestuursdwang op voldoende feitelijke grondslag berustte, dat verweerder zijn bevoegdheid niet had overschreden en dat het beroep ongegrond was. Een proceskostenveroordeling werd niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de definitieve sluiting van coffeeshop Roxy en intrekking van vergunningen wordt ongegrond verklaard.