ECLI:NL:RBMID:2008:BF0435
Rechtbank Middelburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vonnis over vernietiging verzekeringsovereenkomst wegens verzwijging strafrechtelijk verleden
Eiser heeft op 29 maart 2000 een verkeersovertreding begaan door te rijden op een afgesloten snelweggedeelte waar een persoon aanwezig was. Hij werd vervolgd voor poging tot doodslag en later veroordeeld voor een overtreding van de Wegenverkeerswet, met een ontzegging van de rijbevoegdheid. In 2004 sloot eiser een motorrijtuigenverzekering af bij AZ, waarbij hij op het aanvraagformulier ontkende strafrechtelijke feiten of ontzegging van de rijbevoegdheid te hebben.
Na diefstal van de verzekerde auto in 2005 stelde AZ de verzekeringsovereenkomst te vernietigen op grond van artikel 251 Wetboek Pro van Koophandel (oud), vanwege verzwijging van relevante strafrechtelijke feiten. Eiser stelde dat hij geen strafrechtelijk verleden had op het moment van aanvraag en dat de overtreding niet ernstig was.
De rechtbank oordeelde dat eiser had moeten begrijpen dat hij de strafrechtelijke veroordelingen en ontzegging van de rijbevoegdheid, ook al waren deze nog niet onherroepelijk, had moeten melden. AZ had de verzekering niet of niet onder dezelfde voorwaarden gesloten indien zij hiervan op de hoogte was geweest. De vorderingen van eiser tot schadevergoeding en ongedaanmaking van registratie in het Incidentenregister werden afgewezen. Eiser werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van eiser af en bevestigt de vernietiging van de verzekeringsovereenkomst door AZ wegens verzwijging.