ECLI:NL:RBMID:2008:BJ1326
Rechtbank Middelburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verdeling gemeenschap van goederen en verrekening overgespaarde inkomsten na echtscheiding
Partijen zijn in 1986 gehuwd onder huwelijkse voorwaarden en in 2004 gescheiden. De vrouw vordert onder meer een deskundige te benoemen voor taxatie van de woning, toedeling van inboedel en verrekening van overgespaarde inkomsten volgens het Amsterdams verrekenbeding.
De man erkent de verrekeningsvordering maar betwist de hoogte. De rechtbank gaat uit van een taxatierapport van een deskundige dat de woningwaarde op 1 september 2004 op €150.000 stelt. De vrouw krijgt toedeling van de meeste inboedelgoederen en kunstvoorwerpen.
De verrekening van overgespaarde inkomsten wordt berekend volgens de evenredigheidsleer van de Hoge Raad, waarbij de vrouw recht heeft op €36.977. De vordering van de vrouw voor vergoeding van een plankrediet wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. De man krijgt deels gelijk in zijn vordering tot vergoeding van de helft van de ontslagvergoeding die is gebruikt voor aflossing van een lening voor een auto.
De rechtbank wijst ook de helft van de kosten van de scheidingsbemiddelaar toe aan de vrouw. Over de verevening van pensioenen wordt voorlopig aangehouden, met nadere informatieverplichting aan partijen.
De uitspraak regelt de financiële afwikkeling van het huwelijk en de verdeling van gemeenschappelijke goederen en rechten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de verrekeningsvordering van de vrouw toe tot €36.977 en bepaalt toedeling van inboedel en kunstvoorwerpen, wijst de plankredietvordering af en houdt pensioenverevening aan.