ECLI:NL:RBMID:2009:BI3843
Rechtbank Middelburg
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Geen discriminatie in halfwezenuitkering voor kinderen uit homohuwelijk volgens afstammingsrecht
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Sociale Verzekeringsbank om haar dochter niet als halfwees aan te merken in het kader van de Algemene nabestaandenwet (ANW). De dochter is geboren uit een huwelijk tussen twee vrouwen, waarbij de overleden echtgenote niet juridisch als moeder wordt erkend volgens het huidige afstammingsrecht.
De rechtbank stelt vast dat het begrip ouder in de ANW moet worden uitgelegd aan de hand van het afstammingsrecht, waarin alleen de biologische of geadopteerde moeder als ouder wordt erkend. Hierdoor kan de duomoeder niet automatisch als ouder worden beschouwd zonder adoptie. Dit leidt tot een onderscheid tussen kinderen uit hetero- en homohuwelijken bij het recht op halfwezenuitkering.
De rechtbank onderzoekt of dit onderscheid discriminerend is in strijd met het Twaalfde Protocol bij het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Zij concludeert dat het onderscheid gerechtvaardigd is door redelijke en objectieve gronden, namelijk het afstammingsrecht dat het ouderschap regelt en het belang van derden bij adoptie. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
De rechtbank wijst ook het beroep op rechtsontwikkeling af, omdat het afstammingsrecht op het moment van uitspraak nog niet is gewijzigd en adoptie de enige juridische weg is voor de duomoeder om ouderschap te verkrijgen. Er wordt geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de dochter niet als halfwees aan te merken wordt ongegrond verklaard omdat het onderscheid gerechtvaardigd is.