ECLI:NL:RBMID:2009:BJ1993
Rechtbank Middelburg
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot teruggave bankgarantie na ontbinding koopovereenkomst zeiljacht
In 1999 sloten eiser 1 en gedaagde een overeenkomst voor de bouw van een zeiljacht. Later bracht eiser 1 zijn onderneming in in Alumarine Holland BV. Beide partijen ontbonden de koopovereenkomst buitengerechtelijk en eisten schadevergoeding. Er werd een bankgarantie van €129.000 gesteld als zekerheid voor de vorderingen.
Het Gerechtshof Den Haag wees in een tussenarrest de vordering van gedaagde af en oordeelde dat eiser 1 recht had op schadevergoeding wegens onterechte ontbinding door gedaagde. Alumarine verzocht daarop om onvoorwaardelijke teruggave van de bankgarantie, die gedaagde weigerde.
De voorzieningenrechter overwoog dat de bankgarantie overeenkomstig artikel 705 Rv Pro analoog tussentijds kan worden teruggevorderd indien summierlijk blijkt dat de vordering ondeugdelijk is. Hoewel het hof de vordering van gedaagde afwees, was het arrest nog niet onherroepelijk en bood cassatie nog kansen. Alumarine had onvoldoende concreet belang bij teruggave gesteld en de financiële situatie van Alumarine bood geen aanleiding tot onmiddellijke teruggave.
Daarom woog het belang van gedaagde bij behoud van zekerheid zwaarder. De vordering tot teruggave van de bankgarantie werd afgewezen en Alumarine werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot teruggave van de bankgarantie wordt afgewezen en Alumarine wordt veroordeeld in de proceskosten.