ECLI:NL:RBMID:2009:BK8181
Rechtbank Middelburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vordering voorraadverlies na beëindiging samenwerking in vennootschap onder firma
In deze civiele zaak vordert eiser schadevergoeding wegens voorraadverlies na beëindiging van de samenwerking binnen een vennootschap onder firma. De voorraadwaardering per oktober 2003 stond centraal, waarbij eiser stelde dat de waarde van haar aandeel in de voorraad kon worden vastgesteld aan de hand van balanstellingen, inkoopfacturen en omzetstaten. Gedaagde betwistte de juistheid van de voorraadlijsten en het gehanteerde brutowinstpercentage.
De rechtbank oordeelde dat de door eiser overgelegde stukken voldoende waren om de schade vast te stellen en dat de betwisting van gedaagde onvoldoende onderbouwd was. De rechtbank paste een gangbaar brutowinstpercentage van 45% toe, zoals gebruikelijk in de verlichtingsbranche, om de schade te berekenen. Voor kassa 2 werd de schade vastgesteld op €37.000 en voor kassa 3 op €18.400, terwijl de vordering voor kassa 4 werd afgewezen wegens gebrek aan bewijs.
Reeds was een bedrag van €25.000 toegewezen in een tussenvonnis, zodat het resterende bedrag van €30.400 met wettelijke rente aan eiser werd toegekend. Daarnaast werd gedaagde veroordeeld in de proceskosten, die werden begroot op €8.797,89, eveneens te vermeerderen met rente. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en wijst alle overige vorderingen af.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €30.400 met rente en proceskosten aan eiser.