ECLI:NL:RBMID:2009:BK8194
Rechtbank Middelburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vorderingen inzake recht van doorgang over perceel na plaatsing hekwerk
Eiser vordert een recht van doorgang over een strook van 3,10 meter van het perceel van gedaagde om toegang te verkrijgen tot zijn eigen perceel. De rechtbank heeft eiser opgedragen te bewijzen dat de eigenaar/gebruiker van zijn perceel sinds 1979 onbelemmerd gebruik heeft gemaakt van deze strook.
Eiser heeft drie getuigen gehoord, waaronder zichzelf, zijn schoonzoon en een familievriend, die verklaren dat de doorgang tot 2006 breed genoeg was voor landbouwvoertuigen en smaller werd na plaatsing van een hekwerk door gedaagde. Gedaagde en zijn getuigen, waaronder zijn zonen en kennissen, ontkennen dat het hekwerk de doorgang heeft versmald en wijzen op het instorten van een slootrand als oorzaak van tijdelijke vernauwing.
De rechtbank weegt de verklaringen en concludeert dat het bewijs van onbelemmerd gebruik niet is geleverd. De verklaringen van gedaagde en zijn getuigen ontkrachten de stellingen van eiser en diens getuigen. Eiser wordt veroordeeld in de proceskosten en zijn vorderingen worden afgewezen.
Uitkomst: De vorderingen van eiser worden afgewezen wegens onvoldoende bewijs van onbelemmerd recht van doorgang.