ECLI:NL:RBMID:2009:BK8805
Rechtbank Middelburg
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Gebruik van de benaming 'Zeeuwse mosselen' en misleidingsvraag onder Belgisch recht
In deze civiele zaak stond de rechtmatigheid van het gebruik van de productnaam 'Zeeuwse mosselen' centraal, waarbij de rechtbank de toepasselijkheid van Belgisch recht op de Belgische markt beoordeelde. De vraag was of het gebruik van deze benaming misleidend is wanneer mosselen buiten Zeeland zijn volgroeid.
De rechtbank overwoog dat de benaming 'Zeeuwse mosselen' een herkomstaanduiding is en dat deze niet misleidend mag zijn voor de gemiddelde consument. Mosselen die geen enkele relatie met Zeeland hebben, mogen niet onder deze benaming worden verkocht. De vestigingsplaats van eiseres alleen is onvoldoende om een relatie met Zeeland aan te nemen.
De sommatiebrief aan Lidl, gericht tegen het gebruik van de benaming, werd niet onrechtmatig bevonden. De rechtbank vond dat de brief binnen redelijke grenzen was en niet disproportioneel of onnodig schadelijk voor de reputatie van eiseres. De vorderingen van eiseres in conventie en de reconventionele vorderingen van gedaagde werden afgewezen.
Beide partijen werden veroordeeld in de proceskosten, waarbij de kosten aan de zijde van gedaagde werden begroot op €2.285 en die van eiseres op €1.017. Het vonnis werd uitgesproken door drie rechters op 17 juni 2009.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen af en veroordeelt beide partijen in hun proceskosten.