ECLI:NL:RBMID:2009:BL1939
Rechtbank Middelburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.J.M. Klarenbeek
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid De Schelde voor asbestschade overleden werknemer en erven
De zaak betreft een vordering van de Sociale Verzekeringsbank (SVB) tegen Koninklijke Schelde Groep (De Schelde) voor schadevergoeding wegens asbestblootstelling van een overleden werknemer, [partij B], en zijn erven. [Partij B] was jarenlang metaaldraaier bij De Schelde en kreeg in 2007 de diagnose maligne mesothelioom. Hij stelde De Schelde aansprakelijk voor de schade en ontving een TAS-uitkering van SVB. Na zijn overlijden in 2008 hebben zijn erven hun vorderingen aan SVB overgedragen.
De kantonrechter oordeelt dat de cessie van materiële schadevorderingen geldig is, maar dat de immateriële schadevordering van [partij B] niet overdraagbaar is volgens art. 6:106 lid 2 BW Pro. De Schelde betwist aansprakelijkheid en verjaring, en stelt dat onvoldoende is gesteld over blootstelling aan asbest tijdens het dienstverband. SVB wordt verzocht een gedetailleerde schadestaat en informatie over verzekeringsuitkeringen te overleggen.
De kantonrechter stelt dat zonder de immateriële schade van [partij B] zelf, de schadeclaim bescheiden van omvang zal zijn. Vanwege de complexiteit van aansprakelijkheid en verjaring wordt hoger beroep tegen dit tussenvonnis opengesteld. De zaak wordt verwezen naar een rolzitting voor nadere toelichting op de schade en uitkeringen.
Uitkomst: Cessie geldig voor materiële schade, immateriële schade niet overdraagbaar; zaak verwezen voor nadere schadestaat en hoger beroep opengesteld.