ECLI:NL:RBMID:2010:BL0882
Rechtbank Middelburg
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing persoonlijke aansprakelijkheid bestuurder formeel buitenlandse vennootschap
De eiser vorderde betaling van achterstallig salaris, vakantietoeslag, niet genoten verlofdagen, ontslagvergoeding en een wettelijke boete van de bestuurders van [bedrijf 1], een formeel buitenlandse vennootschap. Hij stelde dat deze bestuurders persoonlijk aansprakelijk waren wegens het niet voldoen aan de eisen van de Wet op de formeel buitenlandse vennootschappen (Wfbv), waaronder het ontbreken van het vereiste minimumkapitaal en een accountantsverklaring.
De rechtbank stelde vast dat [bedrijf 1] was opgericht in Delaware (VS) en dat de bestuurders statutair bestuurder en algemeen directeur waren. De vennootschap was actief in Nederland, maar ook internationaal, met activiteiten in Oost-Europa, Amerika en Canada. De rechtbank oordeelde dat hoewel [bedrijf 1] aan de eerste voorwaarde van de Wfbv voldeed (rechtspersoonlijkheid en buitenlands recht), zij niet nagenoeg geheel in Nederland werkzaam was, waardoor de tweede cumulatieve voorwaarde niet was vervuld.
Daarmee was geen sprake van een formeel buitenlandse vennootschap in de zin van de Wfbv en kon er geen persoonlijke aansprakelijkheid van de bestuurders worden aangenomen. De vorderingen van de eiser werden daarom afgewezen, evenals de reconventionele vorderingen van de bestuurders tot opheffing van conservatoire beslagen. De proceskosten werden verdeeld met veroordeling van de eiser in de kosten van de conventie en compensatie in de reconventie.
Uitkomst: De vorderingen tot persoonlijke aansprakelijkheid van de bestuurders worden afgewezen omdat de vennootschap niet nagenoeg geheel in Nederland actief was.