ECLI:NL:RBMID:2010:BQ0824
Rechtbank Middelburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige daad en schadevergoeding na bewezen seksueel misbruik
In deze civiele procedure vorderen eiseressen schadevergoeding wegens het seksueel misbruik dat door gedaagde is gepleegd, zoals strafrechtelijk bewezen verklaard door het gerechtshof en bevestigd door de Hoge Raad. Gedaagde heeft geprobeerd tegenbewijs te leveren, maar slaagde hier niet in, waardoor de bewezen feiten als dwingend bewijs gelden.
De rechtbank heeft de door gedaagde en zijn partner afgelegde nieuwe verklaringen en overgelegde stukken beoordeeld, maar acht deze onvoldoende om het strafrechtelijke bewijs te ontzenuwen. Diverse door gedaagde aangevoerde tegenbewijsstukken, waaronder foto’s, verlofkaarten en verklaringen, konden de betrouwbaarheid van de verklaringen van de eiseressen niet aantasten.
De rechtbank verklaart voor recht dat gedaagde onrechtmatig heeft gehandeld jegens de drie eiseressen en dat hij de daardoor ontstane materiële en immateriële schade volledig dient te vergoeden. De zaak wordt aangehouden voor het benoemen van deskundigen die de omvang van de schade, waaronder psychische schade en studievertraging, zullen vaststellen.
De rechtbank wijst erop dat de bewijslast voor het aantonen van schade en causaal verband bij de eiseressen ligt, en dat de kosten van het deskundigenonderzoek door gedaagde moeten worden gedragen. De procedure wordt voortgezet na overleg over de benoeming van deskundigen en de te stellen vragen.
Uitkomst: Gedaagde is onrechtmatig jegens eiseressen en dient de volledige materiële en immateriële schade te vergoeden, met aanstelling van deskundigen voor schadevaststelling.