Uitspraak
RECHTBANK MIDDELBURG
1.De procedure.
- het bevel tot beperking vrij verkeer tussen raadsman en verdachte d.d. 19 november 2009;
- de overige stukken.
Rechtbank Middelburg
De zaak betreft een bevel ex artikel 50, lid 3 van het Wetboek van Strafvordering tot beperking van het vrije verkeer tussen de raadsman en verdachte, gegeven in het kader van een omvangrijk onderzoek naar een criminele organisatie. De officier van justitie stelde dat vanwege het risico op collusie en het belang van het onderzoek, het vrije verkeer tussen raadsman en verdachte beperkt moest worden.
De verdediging voerde aan dat onvoldoende concreet bewijs was voor het vermoeden dat het vrije verkeer zou leiden tot het bekend raken met vertrouwelijke informatie. Zij betoogden dat pas bij het verkrijgen van stukken kan worden beoordeeld of tegenstrijdige belangen bestaan.
De rechtbank oordeelde dat het feit dat dezelfde raadsman meerdere verdachten bijstaat in een samenhangend feitencomplex een ernstig vermoeden oplevert dat het vrije verkeer ertoe leidt dat verdachte kennis krijgt van informatie die in het belang van het onderzoek geheim moet blijven. Dit vormt een gerechtvaardigde vrees en rechtvaardigt de beperking.
Daarom bekrachtigde de rechtbank het bevel van de officier van justitie en bevestigde zij de beperkingen op het vrije verkeer tussen raadsman en verdachte.
Uitkomst: De rechtbank bekrachtigt het bevel tot beperking van het vrije verkeer tussen raadsman en verdachte wegens ernstig vermoeden van collusie.