De rechtbank Midden-Nederland heeft op 4 juli 2013 een 31-jarige man veroordeeld voor het seksueel binnendringen van het lichaam van een 15-jarige vrouw in Utrecht op 2 oktober 2012. De verdachte was niet als ingezetene in Nederland geregistreerd en had geen vaste verblijfplaats. Het onderzoek vond plaats bij verstek.
De bewijslast bestond uit de verklaring van een surveillant die het incident observeerde, de verklaring van het slachtoffer en de bekennende verklaring van de verdachte zelf. De surveillant zag hoe de verdachte het meisje betastte, waaronder het aanraken van haar billen en het binnendringen met zijn hand tussen haar benen. Het slachtoffer bevestigde deze handelingen en verklaarde dat de verdachte haar borsten en vagina had aangeraakt en met zijn vinger in haar vagina was geweest.
De rechtbank oordeelde dat het bewezen feit strafbaar was en dat verdachte zich schuldig had gemaakt aan ontuchtige handelingen met een minderjarige onder de zestien jaar. Ondanks dat het slachtoffer aangaf dat de handelingen niet tegen haar wil waren en geen schuld aan de verdachte toedichtte, vond de rechtbank dat verdachte een grens had overschreden. Gezien het ontbreken van een vaste verblijfplaats van verdachte en de ernst van het feit legde de rechtbank een geldboete van €750 op, te vervangen door 15 dagen hechtenis bij niet-betaling.
De rechtbank sprak verdachte vrij van overige tenlastegelegde feiten en verbeterde eventuele taal- en schrijffouten in de tenlastelegging zonder nadeel voor de verdediging. De straf weerspiegelt de ernst van het feit en de kwetsbaarheid van het slachtoffer.