ECLI:NL:RBMNE:2013:2823

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
4 juli 2013
Publicatiedatum
18 juli 2013
Zaaknummer
16-657354-12
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 23 SrArt. 24 SrArt. 24c SrArt. 245 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor seksueel binnendringen van minderjarige vrouw

De rechtbank Midden-Nederland heeft op 4 juli 2013 een 31-jarige man veroordeeld voor het seksueel binnendringen van het lichaam van een 15-jarige vrouw in Utrecht op 2 oktober 2012. De verdachte was niet als ingezetene in Nederland geregistreerd en had geen vaste verblijfplaats. Het onderzoek vond plaats bij verstek.

De bewijslast bestond uit de verklaring van een surveillant die het incident observeerde, de verklaring van het slachtoffer en de bekennende verklaring van de verdachte zelf. De surveillant zag hoe de verdachte het meisje betastte, waaronder het aanraken van haar billen en het binnendringen met zijn hand tussen haar benen. Het slachtoffer bevestigde deze handelingen en verklaarde dat de verdachte haar borsten en vagina had aangeraakt en met zijn vinger in haar vagina was geweest.

De rechtbank oordeelde dat het bewezen feit strafbaar was en dat verdachte zich schuldig had gemaakt aan ontuchtige handelingen met een minderjarige onder de zestien jaar. Ondanks dat het slachtoffer aangaf dat de handelingen niet tegen haar wil waren en geen schuld aan de verdachte toedichtte, vond de rechtbank dat verdachte een grens had overschreden. Gezien het ontbreken van een vaste verblijfplaats van verdachte en de ernst van het feit legde de rechtbank een geldboete van €750 op, te vervangen door 15 dagen hechtenis bij niet-betaling.

De rechtbank sprak verdachte vrij van overige tenlastegelegde feiten en verbeterde eventuele taal- en schrijffouten in de tenlastelegging zonder nadeel voor de verdediging. De straf weerspiegelt de ernst van het feit en de kwetsbaarheid van het slachtoffer.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een geldboete van €750 wegens seksueel binnendringen van een 15-jarig meisje.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht
Zittingslocatie Utrecht
Parketnummer: 16/657354-12 (P)
vonnis van de meervoudige strafkamer van 4 juli 2013.
in de strafzaak tegen
[verdachte],
geboren op [geboortedatum 1] te[geboorteplaats 1] (Polen),
niet als ingezetene ingeschreven in de basisadministratie persoonsgegevens en zonder bekende feitelijke woon- of verblijfplaats in Nederland.

1.Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is bij verstek gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 20 juni 2013.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie.

2.Tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:
  • primair: ontucht heeft gepleegd met [slachtoffer], terwijl zij nog geen zestien jaar oud was, bestaande ondermeer uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer];
  • subsidiair: ontucht heeft gepleegd met [slachtoffer], terwijl zij nog geen zestien jaar oud was.

3.Voorvragen

De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde feit en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4.Waardering van het bewijs

4.1
Het standpunt van het Openbaar Ministerie
De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair ten laste gelegde feit heeft begaan. De officier van justitie baseert zich ten aanzien van hetgeen hij bewezen acht op het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant], de verklaring van het slachtoffer en de bekennende verklaring van verdachte.
4.4
Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair ten laste gelegde feit heeft begaan.
De rechtbank gaat op grond van de wettige bewijsmiddelen van de volgende feiten en omstandigheden uit. [1]
Verbalisant [verbalisant] was op dinsdag 2 oktober 2013 belast met de algemene surveillance dienst in Utrecht. [2] Verbalisant zag in het Molenpark twee silhouetten omhoog komen van achter het muurtje. Hij zag dat het een grotere man en een stuk kleinere vrouw/meisje betrof. Verbalisant zag dat het meisje voorover bukte. Hij zag dat de broek van het meisje voor de helft van haar billen zakte. Hij zag haar bilspleet voor de helft. De verbalisant zag dat de man met zijn hand de billen raakte van het meisje. Hij zag dat de hand van de man het meisje raakte tussen de bilspleet en dat zijn hand naar voren graaide tussen de benen van het meisje, in de richting van haar vagina. Verbalisant zag dat de man zijn hand even vast hield tussen de benen van het meisje en daarna los liet. [3] Verbalisant vroeg zowel aan het meisje en de man of zij een geldig identiteitsbewijs konden tonen. Het meisje overhandigde een pasje van de Internationale school van Nederlands met de naamgegevens van [slachtoffer]. Zij verklaarde in februari 16 jaar oud te worden. De identiteitsgegevens van de man waren: Naam: [achternaam], voornamen:[voornamen], geboren:[geboortedatum 1] te [geboorteplaats 1] (Polen). [4]
De volledige personalia van het slachtoffer luidden: [naam], geboren op
[geboortedatum 2] te [geboorteplaats 2] (Romenië). [5]
Slachtoffer [slachtoffer] heeft bij de politie verklaard dat verdachte haar heeft aangeraakt. Verdachte heeft haar borsten, onder haar kleding, aangeraakt. Verdachte heeft haar blote vagina aangeraakt. Hij heeft met zijn handen aan haar vagina gezeten. Verdachte is met zijn vinger in de vagina van het slachtoffer geweest. [6]
Verdachte heeft bij de politie verklaard dat hij wist dat het meisje jonger was dan hij. Verdachte en het meisje hebben elkaar gekust en aangeraakt. [7] Verdachte heeft verklaard dat het meisje opgewonden was en hem begon te zoenen en aan te raken. Het kussen ging op de mond en daarna met de tong. [8] Verdachte heeft verklaard dat zij elkaar over het hele lichaam aanraakten. Verdachte en het slachtoffer deden samen haar broek naar beneden. [9]

5.Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in rubriek 4. genoemde bewijsmiddelen bewezen dat verdachte
Primair
op 02 oktober 2012 te Utrecht met [slachtoffer], geboren op [geboortedatum 2], die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer], hebbende verdachte zijn vinger in haar vagina geduwd/gebracht en haar blote vagina/schaamstreek betast en haar (blote) billen betast en haar gezoend en
getongzoend.
De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

6.De strafbaarheid van het feit

Het bewezen geachte feit is volgens de wet strafbaar als
met iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam.
Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

7.De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8.Motivering van de straffen en maatregelen

8.1.
De eis van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor het door hem bewezen geachte feit zal worden veroordeeld tot gevangenisstraf van 4 maanden, waarvan 3 voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren.
8.2.
Het oordeel van de rechtbank
De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte.
Verdachte heeft ontuchtige handelingen gepleegd met een meisje dat op dat moment 15 jaar oud was, terwijl verdachte op dat moment 31 jaar oud was. Door zijn handelingen heeft verdachte veronachtzaamd dat er sprake was van door de wet strafbaar gestelde handelingen, waarin per definitie sprake is van een meerderjarige die een te groot overwicht heeft op de minderjarige, die zich in een kwetsbare situatie bevindt.
Uit de slachtofferverklaring is gebleken dat het slachtoffer de seksuele handelingen niet tegen haar wil heeft verricht. Zij heeft meermalen verklaard dat verdachte geen schuld treft. Het slachtoffer wenste daarom geen aangifte te doen tegen verdachte. De rechtbank is desondanks van oordeel dat verdachte een grens heeft overschreden door ontuchtige handelingen te verrichten met een vijftienjarige. Dit klemt te meer nu het voor verdachte duidelijk was, althans had moeten zijn, dat er flink wat alcohol in het spel was. Meisjes van die leeftijd dienen zowel tegen zichzelf als tegen personen die op seksueel gebied misbruik van hen willen maken, beschermd te worden. Verdachte heeft nagelaten dit te doen. De rechtbank rekent verdachte zijn handelingen dan ook aan.
De rechtbank heeft overwogen aan verdachte een werkstraf op te leggen maar acht deze straf, gelet op het feit dat verdachte geen vaste woon- of verblijfplaats heeft in Nederland en hierdoor moeilijk is te traceren, een niet ten uitvoer te leggen sanctie.
Alles overziende zal de rechtbank, anders aan de officier van justitie, aan verdachte opleggen een geldboete van € 750,-, bij niet betaling te vervangen door 15 dagen hechtenis. De rechtbank is van oordeel dat deze straf - gelet op de omstandigheden waaronder het feit is gepleegd - de ernst van het bewezen verklaarde feit voldoende tot uitdrukking brengt.

9.Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 23, 24, 24c en 245 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde en op de reeds aangehaalde artikelen.
De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

10.Beslissing

De rechtbank:
Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.
Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.
Het bewezen verklaarde levert op:
met iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam.
Verklaart het bewezene strafbaar.
Verklaart verdachte, daarvoor strafbaar.
Veroordeelt verdachte tot een geldboete van
€ 750,-(zevenhonderd vijftig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis van 15 dagen.
Dit vonnis is gewezen door mr. E.M. de Stigter, voorzitter, mrs. E.A.A. van Kalveen en J.P.H. van Driel van Wageningen, rechters, in tegenwoordigheid van drs. E.M.S. Arduin,
griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 4 juli 2013.
BIJLAGE: De tenlastelegging
Primair
hij op of omstreeks 02 oktober 2012 te Utrecht, althans in het arrondissement
Midden-Nederland, met [slachtoffer], geboren op [geboortedatum 2], die toen de
leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer
ontuchtige handelingen heeft gepleegd,
die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het
lichaam van die [slachtoffer], hebbende verdachte
zijn vinger(s) in haar vagina geduwd/gebracht en/of haar (blote) vagina/
schaamstreek betast en/of haar (blote) billen betast en/of haar gezoend en/of
getongzoend;
Subsidiair
hij op of omstreeks 02 oktober 2012 te Utrecht, althans in het arrondissement
Midden-Nederland, met [slachtoffer], geboren op [geboortedatum 2], die toen de
leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt,
een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, bestaande in het ontuchtig
betasten van haar (blote) vagina/schaamstreek en/of haar (blote) billen van
en/of haar zoenen en/of tongzoenen.

Voetnoten

1.Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende dossier bevinden, volgens de in dat dossier toegepaste nummering. Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om processen-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.
2.Proces-verbaal van bevindingen nr. PL0910 2012219466-5, blz. 4 van het proces-verbaal nr. PL081 2012219466.
3.Proces-verbaal van bevindingen nr. PL0910 2012219466-5, blz. 5 van het proces-verbaal nr. PL081 2012219466.
4.Proces-verbaal van bevindingen nr. PL0910 2012219466-5, blz. 6 van het proces-verbaal nr. PL081 2012219466.
5.Proces-verbaal van bevindingen nr. PL0981 2012219466-8, blz. 8 van het proces-verbaal nr. PL0981 2012219466
6.Proces-verbaal verhoor getuige nr. PL0981 2012219466-10, blz. 7 van het proces-verbaal nr. PL081 2012219466A.
7.Proces-verbaal van verhoor verdachte nr. PL0981 2012219466-6, blz. 17 van het proces-verbaal nr. PL0981 2012219466.
8.Proces-verbaal van verhoor verdachte nr. PL0981 2012219466-6, blz. 19 van het proces-verbaal nr. PL0981 2012219466.
9.Proces-verbaal van verhoor verdachte nr. PL0981 2012219466-6, blz. 20 van het proces-verbaal nr. PL0981 2012219466.