Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Voorvragen
4.Waardering van het bewijs
- de bekennende verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting d.d. 28 mei 2013;
- het proces-verbaal van aangifte van [benadeelde 2]
5.Bewezenverklaring
6.De strafbaarheid van het feit
7.De strafbaarheid van verdachte
8.Motivering van de straffen en maatregelen
9.Ten aanzien van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
[benadeelde 3]vordert een schadevergoeding van € 5.730,00 ten aanzien van feit 2. Uit het schadeformulier volgt dat van het oorspronkelijke schadebedrag van
[benadeelde 1],levert niet een onevenredige belasting van het strafgeding op. Tevens is komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor onder 2 bewezen geachte feit rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank waardeert deze op € 150,00 (immateriële schade), vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente. De vordering kan dan ook tot dat bedrag worden toegewezen.
10.Toepasselijke wettelijke voorschriften
11.Beslissing
6 maanden.