Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
- de dagvaarding
- de conclusie van antwoord
- de conclusie van repliek
- de conclusie van dupliek
- de pleidooien en de ter gelegenheid daarvan overgelegde stukken.
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
“gegevens en informatie”in de eerste zin van het geheimhoudingsbeding wordt immers voorafgegaan door het woord
“alle”. Dit is niet voor misverstanden vatbaar; alle gegevens en informatie van de wederpartij mogen niet aan derden worden kenbaar gemaakt. De zinsnede
“ waaronder begrepen transactiegegevens, omzetgegevens en overige commerciële gegevens betreffende aangesloten bedrijven (…) -”, waarop Equens in dit verband doelt, vervult gelet op de tekst van de eerste zin van het geheimhoudingsbeding niet de functie van nadere (en uitsluitende) precisering van de woorden
“alle gegevens en informatie”, maar de functie van accentuering van bepaalde gegevens die onder het geheimhoudingsbeding vallen.
(vgl. Hof van Justitie van de EG/EU, 19 februari 2002, punt 95; LJN: AE7935, Wouters), zodat destijds sprake was van mogelijke ongunstige beïnvloeding van de handel tussen EU-lidstaten. De rechtbank past daarom artikel 102 VWEU Pro toe.
“(…) De wachtrijprocedure bracht wel met zich mee dat wij nu 42 dagen de tijd hadden om actie te ondernemen, terwijl daar voorheen geen mogelijkheid toe was (…). Ook betekende het dat wij nu niet een klant hoefden terug te halen, maar deze niet loslieten. (…) Het is niet zo dat direct nadat een verzoek tot ontkoppeling kwam door ons werd gereageerd. Als direct duidelijk werd dat een merchant niet kon worden behouden, werd die losgelaten, maar anders werd niet direct ontkoppeld, maar werd eerst altijd door ons gebeld. (…)”.
(vgl. Hof van Justitie van de EG/EU, 13 februari 1979; LJN:AC2868; Hoffmann-La Roche).