Verzoekster heeft een schuldenlast van €14.783,82 en biedt een prognoseakkoord aan waarbij concurrente schuldeisers 10,90% en preferente schuldeisers 21,80% van hun vorderingen ontvangen. Twee schuldeisers, samen goed voor ruim 66% van de schuld, weigeren in te stemmen met het akkoord. De rechtbank onderzoekt of deze weigering redelijk is.
De rechtbank stelt vast dat het akkoord een vergelijkbaar traject behelst als de wettelijke schuldsaneringsregeling, maar met minder waarborgen en minder controle op nakoming van verplichtingen. Hoewel het akkoord lagere beheerskosten kent, wegen deze voordelen niet op tegen de strengere waarborgen van de wettelijke regeling, zoals de sollicitatieplicht en afdrachtverplichting, die door een bewindvoerder onder toezicht worden gecontroleerd.
Daarnaast is het akkoord aangepast zonder dat alle schuldeisers hierover geïnformeerd werden, wat de transparantie schaadt. De rechtbank concludeert dat de schuldeisers in redelijkheid tot weigering van instemming konden komen en wijst het verzoek af. Verzoekster krijgt twee weken om aan te geven of zij het verzoek wil handhaven of intrekken.