De rechtbank Midden-Nederland behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van oplichting en verduistering in de periode van 2006 tot 2010. De rechtbank sprak verdachte vrij van oplichting omdat het zich voordoen als betrouwbare ondernemer niet als valse hoedanigheid kon worden aangemerkt en de gedragingen eerder civielrechtelijke wanprestatie betroffen.
Ook werd verdachte vrijgesproken van verduistering van bepaalde geldbedragen, omdat hij al eigenaar was van deze bedragen, waardoor geen sprake kon zijn van verduistering. Wel werd bewezen verklaard dat verdachte zich wederrechtelijk had toegeëigend van een geldbedrag van circa €9.000, een windmolen en een zonnecollector die toebehoorden aan de benadeelde partij.
Verdachte bekende ter terechtzitting dat hij deze goederen had ontvangen en niet had teruggegeven, waarbij hij zich als heer en meester over deze goederen had gedragen zonder eigenaar te zijn geworden. De rechtbank veroordeelde verdachte tot 49 dagen gevangenisstraf, rekening houdend met het voorarrest, en tot betaling van €15.000 aan de benadeelde partij, vermeerderd met wettelijke rente. De overige vorderingen van benadeelden werden niet-ontvankelijk verklaard.
De rechtbank benadrukte het onderscheid tussen strafrechtelijke oplichting en civielrechtelijke wanprestatie, waarbij niet nakomen van afspraken niet automatisch strafbaar is. De strafoplegging vond plaats gelet op de ernst van het bewezen verklaarde en het strafrechtelijk verleden van verdachte.