Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingslocatie Utrecht
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Voorvragen
4.Waardering van het bewijs
ben gemachtigd aangifte te doen van diefstal vanuit het museum. Op 29 januari 2013, tussen 14.22 uur en 14.27 uur, heeft er in Museum Catharijneconvent een kunstroof plaatsgevonden. Het weggenomen goed betreft een Monstrans van de huiskerk ‘Het Boompje’ te Amsterdam. Deze Monstrans hadden wij in bruikleen van Parochie van de Heilige Drie-eenheid, Gibraltarstraat 55 te Amsterdam. Het is een verguld zilveren stralenmonstrans, versierd met veel diamanten met ter weerszijden van lunula een engel en eronder evangelistensymbolen. Deze monstrans stond in een vitrine in de schatkamer van het museum.”
5405 noemt zich [verdachte]
man0297 [[medeverdachte], rechtbank]: T kost 2 meijertjes
[verdachte]:Juist
- dat een groene bestelauto van het merk Citroën, type Berlingo en voorzien van het kenteken [kenteken] over de Vleutenseweg te Utrecht reed ter hoogte van het Majellapark.
- NN1 uit de Citroën [kenteken] stapte en naar de voornoemde portiek liep;
-De Hyundai [kenteken] en de Citroën [kenteken] stopten op de Plantentuinlaan te
- NN1 nog in de Citroën [kenteken] zat;
- twee mannen wegliepen uit de richting van de Hyundai [kenteken] en in de richting liepen van de voornoemde perceelnummers van de Plantentuinlaan te Vleuten;
- NN1 en NN4 bij de Hyundai stonden te praten.
A: Een goudkleurig ding met diamantjes erin. Ongeveer een halve meter hoog. Ik vroeg hem wat hij ermee wilde doen. Het was zo rond 22.00 uur a 22:30 uur in de avond dat hij met dat ding bij ons was. [verdachte] is een half uur binnen geweest en liet dat ding achter.
A: [verdachte] zei dat ze dat ding met vijf man hadden gestolen. Hij zei dat er twee man binnen waren gegaan maar dat ze het met zijn vijven hadden gestolen. Met zijn vijven gedaan zei [verdachte].”
Achternaam:[K]
5.Bewezenverklaring
6.De strafbaarheid van het feit
7.De strafbaarheid van verdachte
8.Motivering van de straffen en maatregelen
9.Ten aanzien van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
10.Toepasselijke wettelijke voorschriften
11.Beslissing
20 maanden, waarvan
3 maandenvoorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar;