Verdachte heeft zijn ex-partner, met wie hij 17 jaar een relatie had en een gezamenlijk kind, stelselmatig belaagd door het sturen van vele sms-berichten met bedreigingen en scheldwoorden in de periode van 21 april 2011 tot 1 februari 2012. De rechtbank acht bewezen dat deze gedragingen een ernstige inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van de ex-partner vormden en vrees aanjoegen.
De verdediging voerde aan dat het contact noodzakelijk was vanwege het ouderschap en dat er onvoldoende bewijs was voor stelselmatigheid en wederrechtelijkheid. De rechtbank verwierp deze verweren, mede omdat verdachte na een aanzegging van wederrechtelijke stalking toch doorging met het gedrag en de sms-berichten niet in het kader van de omgangsregeling waren.
De rechtbank legde een voorwaardelijke gevangenisstraf van 3 maanden op met een proeftijd van twee jaar, onder bijzondere voorwaarden van reclasseringstoezicht, en een werkstraf van 60 uur. Verdachte had eerder veroordelingen voor mishandeling en bedreiging, en het gedrag had langdurige angst bij het slachtoffer veroorzaakt. De straf is afgestemd op de ernst van het feit, de persoon van verdachte en de omstandigheden van de zaak.