Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Het verloop van de procedure
- het verzoekschrift met producties,
- het verweerschrift met producties,
- de mondelinge behandeling.
Rechtbank Midden-Nederland
Een werknemer van Albert Heijn is op 7 december 2010 gevallen over een rolly, een stalen frame op wieltjes, in het niet voor publiek toegankelijke deel van de deli/kaas afdeling. Zij stelde Albert Heijn aansprakelijk wegens schending van de zorgplicht en op grond van artikel 6:170 BW Pro voor de fout van een collega die de rolly onbeheerd liet staan.
De rechtbank stelde vast dat Albert Heijn een veiligheidsbeleid hanteert waarbij rolly’s op vaste plekken worden geplaatst en lege rolly’s na gebruik naar het magazijn worden gebracht. Medewerkers zijn hierover geïnstrueerd, hoewel niet schriftelijk vastgelegd. De rolly stond op de vaste, bekende plek en was zichtbaar door de kratten erop.
De kantonrechter oordeelde dat Albert Heijn voldoende maatregelen had getroffen om ongevallen te voorkomen en dat het niet redelijk was om een absolute waarborg tegen ongevallen te eisen. Ook was de fout van de collega niet onrechtmatig, omdat de rolly op de vaste plek stond en zichtbaar was.
De vordering tot vergoeding van advocaatkosten werd afgewezen omdat de aansprakelijkheid niet was vastgesteld, maar de kosten werden gematigd begroot op €5.718,44. De verzoeken werden afgewezen.
Uitkomst: Albert Heijn is niet aansprakelijk voor de val van werknemer over de rolly; verzoeken worden afgewezen.