ECLI:NL:RBMNE:2013:5696
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen gebiedsverbod burgemeester wegens verdenking ontucht
De burgemeester van Veenendaal legde een gebiedsverbod op aan een man die verdacht wordt van ontucht met een minderjarig buurmeisje, waardoor hij niet naar zijn woning kon terugkeren. De man stelde dat het gebiedsverbod onrechtmatig was omdat de meervoudige raadkamer hem juist toestond terug te keren en het verbod niet proportioneel of subsidiar was.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de burgemeester op grond van artikel 172, derde lid, van de Gemeentewet bevoegd is om bevelen te geven bij verstoring of ernstige vrees daarvoor, mits deze proportioneel en noodzakelijk zijn. De burgemeester baseerde het verbod op vrees voor maatschappelijke onrust, niet op vrees voor nieuwe strafbare feiten.
Uit het proces-verbaal en gesprekken bleek dat er wel onrust en gemengde emoties waren, maar geen concrete dreigingen of aanwijzingen voor verstoring van de openbare orde. De voorzieningenrechter vond dat de burgemeester onvoldoende feiten had aangevoerd om het gebiedsverbod te rechtvaardigen.
Daarom werd het gebiedsverbod geschorst tot zes weken na de beslissing op bezwaar. Tevens werd de burgemeester veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten. De uitspraak is in het openbaar gedaan op 18 november 2013 door voorzieningenrechter K.J. Veenstra.
Uitkomst: Het gebiedsverbod van de burgemeester wordt geschorst wegens onvoldoende concrete vrees voor verstoring van de openbare orde.