Eiseres vroeg subsidie aan voor agrarisch natuur- en landschapsbeheer. Na diverse besluiten over de vaststelling van de subsidie en bezwaarprocedures, stelde verweerder de subsidiabele oppervlakten van beheereenheden vast. Eiseres stelde beroep in tegen het bestreden besluit I en II.
De rechtbank oordeelde dat het beroep tegen het besluit van 6 november 2012, dat nagenoeg gelijk was aan het bestreden besluit I, niet-ontvankelijk was, behalve voor beheereenheden 1026 en 1037. Voor deze beheereenheden was het beroep ongegrond omdat de herverdeling van oppervlakte niet betwist werd en de vaststelling juist was.
Ten aanzien van het bestreden besluit II vernietigde de rechtbank dit besluit omdat de vastgestelde oppervlakten waren gebaseerd op luchtfoto’s uit 2012 in plaats van uit 2010, wat strijdig was met artikel 7:12, eerste lid, van de Awb. De rechtbank droeg verweerder op een nieuw besluit te nemen en veroordeelde verweerder in de proceskosten en tot vergoeding van het griffierecht.