Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.[eiser sub 1],
[eiser sub 2],
[eiser sub 3],
1.De procedure
- het tussenvonnis van 23 mei 2012,
- het proces-verbaal van comparitie van 29 november 2012
Rechtbank Midden-Nederland
Eisers, ondernemers met een aanzienlijk belegd vermogen, vorderden een verklaring voor recht dat de vermogensadviseur VLP tekortgeschoten was in haar advisering over investeringen in brugfinancieringen van de Schild groep. De rechtbank stelde vast dat de investeringen buiten de vermogensbeheerrelatie vielen en dat er slechts sprake was van een adviesrelatie. Eisers hadden zelf de beslissingsbevoegdheid over investeringen.
De rechtbank beoordeelde de adviezen van VLP als bekwaam en redelijk, gelet op de omstandigheden, het risicoprofiel en de beleggingservaring van eisers. Hoewel VLP niet had gewezen op haar plaatsingscommissie, ontbrak het aan causaal verband tussen dit nalaten en de investeringsbeslissingen van eisers. Ook het feit dat VLP zelf in de fondsen investeerde, werd niet bewezen als tekortkoming met concreet procesbelang.
Verder oordeelde de rechtbank dat eisers voldoende waren geïnformeerd via prospectussen en dat de risico's van de brugfinancieringen redelijkerwijs bekend mochten worden verondersteld. De vordering werd afgewezen wegens gebrek aan toerekenbare tekortkoming en onvoldoende procesbelang. Eisers werden veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering af en veroordeelt eisers in de proceskosten.